POLITIEK IS PORNO

DE POLITIEK VAN HET EEUWIGE TEKORT

- - - -

TERUG

- - - -

Politiek is porno

P.F. Thomése

Het was vreemd, al die afzeggingen. Toen we ze vroegen, waren ze nog zo enthousiast geweest. Een roman over politiek en media, dat interesseerde hen, dat staken ze niet onder stoelen of banken, een roman over henzelf, dat kon niet anders dan iets heel belangwekkends betekenen. Maar nadat ze de drukproeven gelezen hadden, waren ze opeens ziek. Of op vakantie. Of gewoon verhinderd. Of wat dan ook. Ze hadden er opeens geen zin meer in, ze wilden er opeens niets meer mee te maken hebben.
     Nee, het viel uiteindelijk niet mee om een spreker uit de politiek of van de televisie te vinden om mijn roman Vladiwostok! feestelijk aan de pers te presenteren.
     Geheel onverstandig kon ik dat ook niet van ze vinden. Vladiwostok! is zonder twijfel het smerigste boek dat ik ooit heb geschreven. Daar zijn politici en tv-persoonlijkheden veel te netjes voor.
     De corrector drukte zich wat simpeler uit: ‘Stijve lullen, ronde konten, vochtige kutten, doorneuken en uitwonen, gek word ik ervan.’ Het zijn de woorden van de corrector. Zoiets verzin ik, dat begrijpt u, heus niet zelf. Gelukkig heeft hij wél gewoon de puntjes op de i gezet, zijnde zijn werk.
     Niet dat schokken mijn opzet was. ‘Spraakmakend’, ‘confronterend’ en ‘controversieel’ zijn termen die allang tot het marketingjargon zijn gaan behoren, bedoeld voor boeken die unaniem worden geprezen en door bewonderende jury’s instemmend bekroond.
     Nee, provoceren is passé.
     Ik wilde een politieke roman schrijven, verder niks. Uit burgerplicht of hoe je het noemt, ik wilde, zoals iedereen vandaag de dag, mijn maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen, om het jargon van de minister-president en zijn communicatie-adviseur te gebruiken.
     In het bijzonder wilde ik een roman schrijven over de zogeheten ‘nieuwe politiek’, een post 9/11 novel, maar dan op zijn Hollands, dus noem het voor mijn part een post-Pim-novel. Vladiwostok!, de eerste echte post-Pim-novel, zou mijn hoofdpersoon, de ´communicatiestrateeg´ Fons Nieuwenhuijs kunnen uitkramen als zijn prospect een literaire uitgeverij zou zijn.
     Hoe het ook zij, op de een of andere manier werd het, al over politiek schrijvend, allengs een behoorlijk schunnige toestand, waarbij schuttingwoorden en kazernetaal helaas niet altijd te vermijden bleken.
     Dat onvermijdelijke smijten met banaliteiten had, merkte ik, te maken met de alomtegenwoordigheid van het persoonlijke in de politiek.
     Een contradictio in terminis overigens – maar dit terzijde. Persoonlijk zijn in het openbare domein, hoe persoonlijke is dat eigenlijk? Wat betekent persoonlijk als het wordt opgevoerd op een podium met publiek op de tribunes en kijkers thuis?
     Zoiets doet mij eerlijk gezegd denken aan pornografie, die openbare intimiteit, waarbij de aangesloten partijen vreemden voor elkaar blijven en daardoor zichzelf kunnen zijn. Maar wie zijn zij als zij zichzelf zijn? Ze zijn iemand die ze zelf niet kennen. Maar juist daardoor, door een vreemde voor zichzelf te zijn, kunnen zij zich geven, zoals zij dat noemen. Maar wat geven zij? Zij geven iemand die niet bestaat. Vandaar ook dat zij zich niet schuldig hoeven te voelen. Zij wissen zichzelf voortdurend uit, ze bestaan slechts als belofte, als de gebruiksvriendelijke belofte van een verlangen dat weldra vervuld zal worden.
     Pornoster en politicus bestaan beiden bij de gratie van een extreme zichtbaarheid. Transparantie. Hier wordt niets verborgen, lijkt de boodschap. Alles wordt uit de kast gehaald en uitgestald.
     En toch zie je niks.
     Persoonlijk heeft mij persoonlijk nooit zo gelegen. Ik vind het een beetje een vies woord. In onze narcistische cultuur betekent het: ik heb het, maar jij hebt het ook, het is iets wat we allemaal hebben, dus ga maar niet zo moeilijk doen, ik doe er ook niet moeilijk over. Het persoonlijke is daarmee iets waar je ongevraagd en ongewenst mee besmeurd wordt: zij hebben het, dus jij hebt het ook. En had je het niet, dan heb je het nu wel, want bij deze ben je ermee besmet.
      Het is die taal van hun, die je medeplichtig maakt, die je meetrekt in de blubber waar jij en ik relatieve begrippen zijn geworden. Waar ikhet nauwelijks nog iets betekent omdat het ook voor jou geldt.
     In deze zin is Vladiwostok! een buitengewoon persoonlijke roman geworden. Bij mij hebben ze het allemaal, en hadden ze het niet, dan krijgen ze het wel, en zelfs ik, die hier als schrijver vanzelfsprekend mijlenver bovensta, heb er iets van meegekregen, hoe vies ik dat ook vind.
     Onverschilligheid, dat krijg je ervan. Als ik Vladiwostok! in één zin mag samenvatten, dan is het onverschilligheid.
     Maar voeg ik er aan toe, de neiging tot samenvatten is natuurlijk wel een typische uiting van onverschilligheid. Het betekent dat je het raadselachtige, het avontuurlijke, het verwarrende herleidt tot het bekende, tot de geijkte begrippen. Het betekent – eenvoudiger gezegd – dat je literatuur vertaalt in journalistiek.
     Het gaat er juist om iets uit te drukken wat daarvoor niet bestond – omdat de woorden nog niet bij elkaar pasten. Het gaat erom de oneindigheid van de wereld te herstellen in plaats van haar te overmeesteren met clichés.
     Schrijven is in mijn ogen een strijd om de hegemonie in de taal, een machtstrijd om de zeggenschap over de werkelijkheid.
     Een strijd die slechts door één partij wordt gevoerd, helaas. Maar toch, ik trek mijn mes, ik laad mijn pistool, ik ben bereid, ook al laat geen tegenstander zich zien.
     Dat is het engagement van de schrijver: de taal terugveroveren op de communicatiezwendelaars, de beroepspraters, de formatcriminelen, de vergaderautomaten.

Geplaatst in De Volkskrant op donderdag 6 september 2007

- - - -

de politiek van het

eeuwige tekort

P.F. Thomése

Geld en depressie horen bij elkaar als licht en donker. Ik weet er alles van. In duistere momenten grijp ik graag naar een gebruikte enveloppe om op de achterkant uit te rekenen hoeveel ik nog moet verdienen, de rest van mijn leven, om overal vanaf te zijn. Hoeveel boeken, hoeveel bladzijden, hoeveel jaar. En ja, nu ik deze kolommen zit te tikken: hoeveel stukjes, hoeveel woorden, hoeveel uur. Het leven van een tobber speelt zich af in de rode cijfers, zowel voor als achter de komma, maar het streven is om op een dag boven de streep uit te komen. Alles afbetaald. Zorgenvrij.
     ‘Een bepaald geldbedrag verschafte vaak die exactheid waar gevoelens zo naar konden snakken,’ laat ik politiek adviseur Fons Niewuwenhuijs denken in mijn roman Vladiwostok!
     ‘Let’s throw  some money at the problem,’ opperde een ongelukkig huisvrouwtje in het diepst van haar huwelijkscrisis, in het besef dat seks tussen haar en haar man een gepasseerd station was gebleken.
     Het is een hele kunst om ellende in geld om te rekenen. Maar als het je lukt, ben je er mooi vanaf. Effe dokken, effe cashen en klaar. Een ringetje, een bloemetje, een etentje. Hoppa!
     Politiek gaat over die kunst. Een kwakje geld tegen de ergste zorgen. Ellende omzetten in het gewenste bedrag. Tien miljoen hier. Vijftig miljoen daar. Een miljard van hier naar daar verplaatsen. Fijn werk.
     We zullen het hele spelletje straks weer zien, want Prinsjesdag betekent payday in Den Haag. Op symbolische wijze loopt straks de Minister van Financiën, ditmaal in de vertolking van onze eigenste Wouter Bos, met een koffer vol geld over het Binnenhof naar de Tweede Kamer.
     Dit koffertje is te klein. Daar heb je het al.
     ‘Democratie is de gelijke verdeling van ontevredenheid.’ De definitie is van wijlen psychiater A. van Dantzig.
     Hoe stel je met een te klein koffertje iedereen tevreden? Dat zal niet gaan. Dat wordt dus lachen. Of huilen. Nee mensen helaas, de problemen gaan niet allemaal opgelost worden. Sterker nog, zowat geen enkel probleem gaat opgelost worden. De ellende verminderen, meer zit er in de praktijk niet in. Denkbeeldige ellende of echte ellende, dat maakt in principe niet uit. Als er maar een oplossing in aantocht is. Want oplossingen, daar zitten de mensen op te wachten.     Het gaat erom de mensen het idéé te geven dat er iets wordt aangepakt. Het bijpassende probleem verzin je er desnoods gewoon bij.
     Daar gaat politiek ook over. Over de kunst de mensen een indruk te geven.
     De indruk bij voorbeeld dat alles goed gaat komen. Dat zijn de sinterklazen van het Binnenhof, compleet met valse baard.
     Of de indruk dat Nederland aan de rand van de afgrond staat en dat alleen een Sterke Hand Van Bovenaf alles weer goed kan maken.
     Dat zijn de onheilsprofeten van het Binnenhof. Ook met valse baard. Marijnissen, Verdonk, Wilders, heel die zeepkistenploeg. Allen zo buigzaam als een honkbalknuppel. De would be sterke leiders die alle problemen met één klap klaren. In hun eentje, zonder tijdrovend overleg.     
     Dergelijke types zijn dan ook niet van plan om de ellende eerlijk te verdelen. Zij schuiven de ontevredenheid met veel misbaar op het bordje van de ander. De ander: de zwarte immigrant, de rijke stinkerd, de islamiet niet te vergeten. Iemand in elk geval van wie je eerst een karikatuur hebt gemaakt, zodat hij geen mens meer is. En die laten betalen, laten boeten. Als je schone handen wilt houden, moet je ze bijtijds afvegen aan iemand anders zijn jas. Zodat jij kunt zeggen: ik niet. Ik doe er niet aan mee. Ik ben zuiver gebleven. Puur. Echt.
     Er is, in onze onechte wereld, een schreeuwend verlangen naar zulke pure, echte mensen. Mensen die zichzelf gebleven zijn in een dolgedraaide wereld.
     ‘Iemand zoals ik,’ zegt de zwevende kiezer dan.
     Het is iets wat iedere rechtgeaarde narcist meteen herkent: alleen ik ben echt, de anderen zijn fake. De infantilisering van de politiek, onder Pim Fortuyn begonnen, zet zich onverminderd voort. Uit het zaad van de zoon zijn nieuwe zonen en dochters voortgesproten, rebellerend in een vaderloos universum, smekend om een niet-bestaand gezag, terugverlangend naar een wereld die er nooit is geweest.
     Versimpelingen in een onsimpele wereld. Verdraaiingen van de werkelijkheid. Geiteneukers en heikneuters kunnen elkaar wat dat betreft de hand schudden.
     Er is een enorme strijd om de werkelijkheid aan de gang, een gigantische propaganda-oorlog tussen de firma’s Dom, Dommer en Domst. Waar het om gaat, is: aandacht. Het gaat erom gehoord en gezien te worden. Aanwezigheid. De concurrentie wegdrukken met je brutale praatjes, je brutale kop. Stennis trappen zodat iedereen komt kijken wat er aan de hand is. Roepen dat de rest een leugenachtige bende is en jij de enige bent die zegt waar het op staat.
     Wat ‘het’is, weet niemand. Doet er niet toe. Mag iedereen zelf invullen. Iedereen mag zelf zijn eigen ongenoegen invullen.
     Als jij maar degene bent die ‘het’ zegt. Zeggen wat je denkt. Ons land lijkt wel een leeg zwembad waar iedereen aan de kant staat. Af en toe ritst iemand zijn gulp open en pist erin. Bravo, eindelijk iemand die zich niet schaamt voor zijn mening.
     Alles laten lopen en anderen de schuld geven. Heerlijk. Geen wonder dat de politiek populairder is dan ooit tevoren.
     Straks, als Wouter Bos met zijn te kleine koffertje het Binnenhof oversteekt, kan heel de Tweede Kamer zich gaan gedragen als een kind dat te weing krijgt.
     Er zullen door de fractievoorzitters de prachtigste problemen worden geformuleerd, en sommige van die problemen zouden best wel eens werkelijk kunnen bestaan. Er zullen getallen worden genoemd, want een probleem is pas echt politiek als er een bedrag aan verbonden kan worden. De digitalisering van het onbehagen, financiële kabbalistiek. Bij mij thuis past het op de achterkant van een enveloppe, in Den Haag komt er ietsje meer bij kijken.
     Of moeten ze daar in die regeertorens gewoon naar het volk luisteren, zoals populisten als Marijnissen en Wilders ongetwijfeld gaan roepen? Uit het raam hangen en gewoon luisteren.
     Ik wou daarom graag besluiten met de wijze woorden van oud-voetballer René van der Gijp: ‘Als 60.000 man in een stadion keihard ‘kankerhoer’ lopen te schreeuwen, dan denk ik bij mijn eigen: ergens zullen die mensen toch wel een beetje gelijk hebben, niet dan?’ 

Geplaatst in NRC NEXT op dinsdag 18 september 2007

- - - -

VLADIWOSTOK!

PAKKEND INTERVIEW    

RAMSES SHAFFY LAG ZOMAAR OP STRAAT    

ACHTERGRONDGESPREK 1

ONZE DAGELIJKSE PORNO

IDIOOM

ONVERSCHILLIGHEID - WREEDHEID

MAAR ZEG EENS EERLIJK

EEN VERHAAL DAT IK HOORDE

ACHTERGRONDGESPREK 2

EEN VORM VAN WREEDHEID

VERSCHIL TUSSEN SCHRIJVER EN BEUL

NOG EEN VERSCHIL

KAN EEN SCHRIJVER GE-ENGAGEERD ZIJN?