MOTTO
FORMALITEIT
HOOFDSTUK 1
- - - -
TERUG - - - -
MOTTO
'Waarheen?'
(Anonieme taxichauffeur)
'Vladiwostok!'
(Ramses Shaffy)
- - - -
FORMALITEIT
Geen van de betrokkenen aan wie deze tekst is voorgelegd, voorzover mogelijk natuurlijk, had bezwaar tegen de gekozen voorstelling van zaken. Alleen Fons Nieuwenhuijs zag gaarna aangetekend dat hij (of wie hij dan ook is) zich niet herkent in de hier beschreven geschiedenis en derhalve vooral verklaard wenst te zien dat hij niet degene is die hier onder deze naam wordt gepresenteerd.
Fons, lul, bij deze!
De auteur
- - - -
Hoofdstuk 1
Te laat natuurlijk en daarom alvast routineus de geijkte verontschuldigingen
opdiepend uit zijn geheugen, liet Nieuwenhuijs
zich door de draaideur van het bekende grand hotel
naar binnen zwiepen. Even die werveling, die verwarring: waar
ben ik? En natuurlijk weer dat gevoel iets kwijt te zijn, iets wat
hij zeker niet had mogen vergeten: een tas die hij expres had
klaargezet, portemonnee, papiertje waarop alles genoteerd
stond tralala. Ze kon hem vast al zien, ergens vanuit die opgesmukte
zaal vol gedekte tafeltjes. Terwijl hij nog naar zijn
vorm, naar zijn houding moest zoeken.
Het was weer eens zover. Zijn leven lang werd hij ter verantwoording
geroepen door mensen die hun zaken wél goed
voor elkaar hadden. Het was een spel dat klaarblijkelijk steeds
opnieuw gespeeld diende te worden. Hij zuchtte, en moest
toen hoesten. Let’s go.
Ongeconcentreerd, met gebaren die zichzelf allang niet
meer geloofden, frommelde hij in de zakken van zijn regenjas,
zijn jasje, zijn broek, beklopte zich van boven en van opzij.
Sigaretten? Aansteker? Maar deze gebaren hoorden al bij
de rol die hij ging spelen. De Schuldbewuste: zijn verplichte
nummer bij vrouwen. De Schuldbewuste Biedt Zijn Lege
Handen Aan, heette het voluit. Handen die op de tast de juiste
leugens vonden, lekkere klootzak, zoals een ander de lichtknop in
het donker.
Inmiddels had hij, de zaal checkend op bekende gezichten,
gelukkig, geen getuigen, haar ergens achterin ontdekt. Een
plotselinge duizeling, alsof er bliksemsnel iets werd uitgewist. Daar zat ze dan, met dat samengeperste en ingeblikte
ongeduld van mensen, vrouwen meestal, die heilig geloven
in hun eigen gelijk. En het smerigste, zou ze hem waarschijnlijk
weer inwrijven, het schofterigste is dubbele punt: dat je
een kind hiervan de dupe laat worden. Een kind, Fons. Uitroepteken.
Het zonlicht viel in strakke banen door de hoge ramen binnen
en vormde keurige vlakken op de parketvloer, het tafelblad;
pas waar het haar bereikte, brak het in duizend splinters.
Achter zijn rug ging een witte ober voorbij met de taartentrolley.
Mechanisch liep hij op haar toe en boog zich allerhartelijkst
over haar heen. Hij verdwaalde hierbij vakkundig in
een bepaald soort onhandigheid, zodat hij haar niet echt
hoefde te omhelzen, en pakte toen een stoel. Zonder eerst zijn
jas uit te trekken plofte hij zuchtend en steunend tussen de
smalle leuninkjes neer.
Ze observeerde hem als was hij een kruipend insect, ze bestudeerde
zijn bewegingen in de wetenschap dat het altijd
nog doodgeslagen kon worden. Bestond het, dacht ze nu ongetwijfeld,
dat deze sukkel dezelfde persoon was als het monster
dat thuis haar gedachten vergiftigde? Yes darling, that’s
me. Ze zat meer naast dan achter het tafeltje, losjes leunend
op haar elleboog. Haar benen gekruist, waarbij het rokje krap
kwam te zitten om de net iets te vette en te korte dijen. In haar
schoot lag, onopvallend als een hand, zo’n plastic pakket van
de fotoshop.
Als hij eerlijk was, vond hij haar best wel een lekker wijf.
Nog steeds. Of opnieuw. Of hoe dan ook. Hij voelde hoe zijn
eigen jaspanden wat raar onder zijn kont geschoven waren
zodat het nu trok bij de schouders en de oksels. O Solana, m’n
hete banana. Hij overwoog te gaan verzitten, vergat het echter.
Je kon niet zeggen dat ze knap was, maar daarom juist. Hoefde
je niet zo je best te doen. Ik heet Selena hoor, dat weet je heus
wel. Maar er was nu helaas geen tijd voor eerlijkheid, niet voor
zúlke eerlijkheid althans. Was het al tijd voor bier?
Hij legde zijn hoofd achterover en sloot zijn ogen: als een
artiest die zich in opperste concentratie voorbereidt op een
moeilijk optreden. Nu dacht hij aan niets, niet eens meer aan
vluchtige seks.
Het gesprek dat volgde, kon hij dromen. Toch moest hij
goed opletten waar hij zijn punten plaatste. Bij dergelijke, zogezegd
pijnlijke en persoonlijke gesprekken ging het om het
ritme. Op de juiste momenten stilvallen, vertragingen inbouwen.
En niet steeds tak-tak-tak willen scoren.
Ongetwijfeld was het allemaal waar wat zij ging zeggen
(heel sneu en zielig en zo, zou hij beamen), maar helaas voor
haar had hij het laatste woord. Dat ging ook vanmiddag weer
de trieste werkelijkheid zijn.
Zijn hand wenkte buiten hem om een ober.
Hij bekommerde zich om het gezicht dat hij moest trekken
wanneer ze over het jongetje begon. Alwin had ze hem genoemd
– hoe verzon je het. Op een of andere manier deed hij het nooit
goed. Daarom keek hij het liefst maar zo gewoon mogelijk.
‘Wat kijk je raar,’ zei ze dan. ‘Het gaat over je eigen kind hoor!’
Toch waren kinderen in principe heilig voor hem. Ook nu
medisch vaststond dat zijn huwelijk met Pam kinderloos zou blijven. Juist nu. Hij kon het Pam echt niet aandoen om bij
een willekeurige andere vrouw doodleuk een of ander zoontje
groot te brengen; dat betekende verraad aan alles wat hij
met Pam had doorgemaakt. De fertiliteitsonderzoeken, het
wachten, het stille hopen, het speuren naar een teken van leven
op de eindeloze echografi eën, die desolate maanlandschappen
waar niets wilde groeien, de lege ziekenhuisgangen, steeds die lange, lege gangen. Een kind bij een ander, bij
deze Solana, dat was gewoon too much.
Hij had trouwens al een gezin, als je het goed bekeek, waar
Pam niks van wist. Van heel vroeger nog. Zo kon je Ruth wel
noemen, zijn old sport Ruth van Gugchel. Hij had zijn voorhistorische
kneuzenbestaan nooit durven opbiechten – uit
schaamte? – en nu was het te laat om er nog over te beginnen.
Maar het was duidelijk: deze nieuwe leg kon hij zich gewoon
niet veroorloven. Als je voor iemand zorgde, moest je het
goed doen. Anders kon je het beter laten.
|